Marrakech – wat  je vooraf moet weten

Boek één van onze stedentrips of excursies naar Marrakech

 

Historie

De rode koningsstad Marrakech – spreek uit Marrakesjh, in het Marokkaans klinkt dat als Meraksj – met zijn oude paleizen en sprookjesachtige sfeer is misschien wel de meest bijzondere stad van Marokko. Met een rijke historie. Het is één van de vier oude koningssteden, samen met Rabat, Fès en Meknes. De vroegere koningen, Sultans, heten ze in Marokko, kozen steeds een nieuwe stad om hun rijk te regeren. Die stad werd dan verdedigd en verfraaid met paleizen en moskeeën. Marokko krijgt in het begin van de 9de eeuw een eigen identiteit onder de dynastie van de Idrissieden (786-920) die de streek van Fès ontwikkelden. Marrakech werd in de 11de eeuw gesticht door Yusuf Ibn Tachfin. Marrakech werd belangrijk in de 16de eeuw tijdens het rijk van de Saadiërs. Sultan Ahmed el Mansour bouwde het grote Paleis El Badi en grote praalgraven in de aangrenzende tuin. Eerst voor zijn moeder, later ook voor anderen van zijn rijke familie en natuurlijk ook voor zichzelf.  Vanaf rond 1660 komt er een nieuwe dynastie, die van de Alawieten die nog altijd aan de macht is. Moulay al-Rashid verovert het land en zijn opvolger Moulay Ismael maakt Meknès tot nieuwe hoofdstad. Het paleis El Badi werd verwoest. Met de graftomben en de praalgraven van de Saädiers durft hij dat niet aan. Deze werden achter muren ingemetseld. En pas na de eerste foto’s vanuit de lucht worden ze inde 19de eeuw door de Fransen herontdekt. In reisgidsen en op internet is veel te vinden over de geschiedenis van Marokko.

Medina en Gueliz

Het land Marokko werd pas een eenheid toen de Fransen gingen regeren (1911-1956). Zij durfden het (gelukkig) niet aan zich te mengen in de smalle en hoekige steegjes van de medina. De Fransen bouwden hun eigen ‘ville nouvelle’ met brede boulevards en grote gebouwen. In Marrakech is dat de wijk ‘Gueliz’ langs de brede Avenue Mohamed V. Hier kun je modern en hip winkelen en uitgaan in Europese stijl. De prijzen zijn er ook minstens zo Europees. Een leuke uitzondering is het visrestaurant Albahriya op de hoek van de Blvd. Moulay Rachid en de Rue Mauretanie. Hier eet je te midden van lokale Marokkaanse families voordelig verse vis.

Marrakech – de rode stad

De medina van de oude koningsstad is ommuurd door eeuwenoude dikke wallen van leem. In Marrakech is die aarde terracotta rood; de stad heet dan ook ‘la rouge’. Binnen de stadsmuren lijkt de tijd soms te hebben stil gestaan. Veel is hier nog net als vroeger. Het lijkt een grote wirwar van stegen en straatjes. Vroeger alleen te voet, per ezeltje of per kameel bereikbaar. Tegenwoordig ook met fiets of brommertje. Let op: “balek, balek” betekent: “aan de kant – vracht – pas op!”

 

Klein geld, fooi en onderhandelen

Marokko is een relatief arm land, ook al wordt er een snelle inhaalslag gemaakt. Het verschil tussen rijk en arm is er bovendien erg groot. Toerisme is voor veel Marokkanen belangrijk als inkomstenbron. Met weinig alternatieve bronnen van inkomsten lijkt het alsof elke Marokkaan liefst zoveel mogelijk wil ‘verdienen’ aan elke, in hun ogen, rijke toerist. Ook moet er bij elke aankoop onderhandeld worden. Dit maakt het voor westerlingen even wennen om in Marrakech gewoon ‘te winkelen’. Doe dit echter vooral wel want je vindt er de meest prachtige spullen. Weet alleen dat als een Marokkaanse handelaar vraagt waar je vandaan komt en of je voor het eerst in Marokko bent, jouw antwoord meeweegt in de prijs waarmee de onderhandeling wordt ingezet. Bedenk vooraf zelf welke prijs je voor iets over hebt en kijk goed hoeveel handwerk er in het door jou begeerde souvenir is gestoken. Voor een kwalitatief goed ambachtelijk handwerk moet ook worden betaald.

Wil je alleen kijken noem dan zelf geen prijs!

(Ver-) Dwalen door de souks

Bij Marrakech hoort een bezoek aan plein Djemaa-el-Fnaa en rond dwalen door de daar achterliggende steegjes van de ‘souks’ (souk = markt). Hier vind je allerlei kleine winkeltjes en ambachtslieden. Door de smalle straatjes – met riet afgedekt tegen de zon – loop je langs wol- en linnen, houtsnijders, koperslagers, leerbewerkers, en zelfs, bijna buiten de stad, nog looierijen.

Op het plein zelf is er elke avond een spektakel; het hele jaar door, 365 of 366) dagen per jaar. Met muzikanten, acrobaten, verhalenvertellers en overal eetstalletjes. En elke avond worden die weer opgebouwd en afgebroken. Overdag herken je het lege plein haast niet terug. Dan staan er alleen de kraampjes met verse jus d’orange met overal dezelfde vaste, lage prijs (4 dirham). Vraag jus d’orange zonder ijs = ‘sans glace’ (spreek uit: san ghelas) – lees ook bij eten en drinken “wat is veilig”. Wat je overdag ook hoort zijn de slangenbezweerders met hun monotone fluit. En bij de ‘water-dragers’ in hun traditionele kleding kun je terecht voor een glaasje koel/fris water. Al verdienen ze ook graag wat geld door op de foto te staan met toeristen.

Belangrijk om te weten is dat iedereen op het plein ‘gewoon’ aan het werk is en geld wil verdienen. Als je ergens (langer) blijft staan om te kijken en een foto te maken wordt er ook verwacht dat je daar wat voor betaalt. Houd kleingeld bij de hand en bewaar je munten, vooral 5 of 10 Dirham stukken, voor deze gelegenheid. Echte artiesten starten vaak met geld inzamelen bij de relatief wat rijkeren. Wees daarop voorbereid en geef gewoon wat muntgeld. Hou bij het bedrag rekening met lokale maatstaven. Als je op de foto wilt met een slang is een biljet van 20 of 50 Dirham meer gepast dan de 200 Dirham (bijna 20 euro) die ze misschien wel vragen. En natuurlijk liever ook ontvangen. Spreek vooraf de prijs af. Ook als je handen of voeten met henna laat beschilderen. Niets is gratis of cadeau en laat je niet intimideren door (gespeelde) boosheid; het zijn niet voor niets artiesten. Als vrouw alleen moet je ’s avonds in de drukte op het plein bedacht zijn op mogelijk wat al té opdringerige mannen. Soms staan die wel heel erg dicht achter je. Ook in Marokko is dat erg onbeleefd. Mocht er iemand met zijn handen aan je zitten, reageer dan gerust heel verbolgen: – “” – en geef er eventueel een tik op.

Eten en drinken; wat is veilig?

Natuurlijk moet je rekening houden met alle adviezen om uit te kijken met het drinken van (kraan) water, het eten van salades en de consumptie van ijs. Weet echter dat in Marrakech al het kraanwater flink is gechloreerd; je kan het zelfs ruiken. Dit water wordt ook gebruikt bij het bereiden van salades en andere voedsel. Belangrijk is de ‘omloop’ van de etenswaren; een garantie voor de versheid. Let daar vooral op. En als iets niet goed proeft – zeg het onmiddellijk en geef het terug!! Als alle toeristen met darmproblemen zouden worden afgevoerd zou het plein met al zijn eetstalletjes en sap-kramen geen bestaansrecht hebben. Neemt niet weg dat er ook genoeg toeristen zijn die buik/darm problemen oplopen. Juist waar veel mensen eten kun je rekenen op een hoge omloopsnelheid en verse waren. Ook de meeste ijssalons langs het plein en in de winkel-wandel-straat Rue Bab Agnaou hebben een goede koeling en voldoende omloop.

Eten niet aanraken / wel met je handen eten

Uitgestalde etenswaren raak je niet met je handen aan; vooral je linkerhand is hierbij taboe is (die is gereserveerd voor handelingen bij toiletbezoek). Je eigen eten met je handen opeten mag zeker wel en is juist gebruikelijk. Marokkanen gebruiken daarbij veel brood; als soort van bestek. Eet zoveel mogelijk met je rechterhand.

Straten, steegjes en verdwalen

Het lijkt een doolhof al die straten en steegjes in de oude medina, en dat is het ook. Hoewel; als je goed naar een plattegrond of stadsplan kijkt zit er toch wel wat logica in. Door het centrum van de souks lopen een aantal grotere doorlopende straten in een Y vorm. Vanaf Café de la France loop je zo de hoofdstraat Souk Semarine in. In de hoofdstraten zitten veelal de wat duurdere winkels; hun aanbod is uitgebreid en heeft weinig meer te maken met de oorspronkelijke indeling van de ‘souks’ waarbij elke wijk zijn eigen ambacht kent. Die ambachtswijken vindt je om de hoofdstraten. Zo is er een wijk “quartier” voor de wol-en linnen ververijen, de leerbewerkers, koperslagers en Marokkaanse sloffen ‘babouches’. Wees niet bang de hoofdstraten ook eens te verlaten. Een beetje verdwalen en ronddwalen in al die steegjes hoort erbij. Ongetwijfeld loop je een keer vast in een doodlopende steeg. En .. in dat geval loop je gewoon weer terug. Uiteindelijk vind je de weg wel weer terug of je vraagt ernaar. “La place” – het plein- en “le medressa” – de oude koranschool – zijn goede ijkpunten en kent iedereen.

Bezienswaardigheden

Gewoon ronddwalen in de ‘souks’ of kijken naar het plein vanaf een (dak)terras is al een bezienswaardigheid. Ook zijn er talloze musea, paleizen en tuinen waar je eigenlijk geweest moet zijn. Kijk bij “wat moet je gezien hebben”.
Onze ervaring leert dat veel bezoekers nog een keer terug komen naar Marrakech; het is immers slechts 3,5 uur vliegen. Je hoeft dus niet alles in één keer te bezoeken … Bij de beschrijving van wat je gezien moet hebben loop je eerst langs de historische plekken ten zuiden van het plein Djemaa-el-Fna om vervolgens aan de noordkant de ‘souks’ in te duiken. Die wandeling kun je bij weinig tijd in één dag doen. Je kunt de wandeling ook uitsmeren over meerdere dagen waarbij je onderweg de tijd neemt om de genoemde musea en paleizen daadwerkelijk te bezoeken.

Marokkaans badhuis – hamam of hammam

Marrakech is de stad van de hammams en de scrub massages. Dat kan heel eenvoudig en goedkoop en luxueus en duur. Er is volop keuze. Neem er de tijd voor. In de ‘volks-hammam’ gaan vrouwen en mannen apart.

Other “things to do

Kookworkshops zijn erg populair – kijk bij onze tips. Ook kun je een dagje naar het (prijzige) zwemparadijs Oasiria. Buiten Marrakech in de Palmeraie kun je naar een ‘Fantasia’ spektakel. Een daguitstap (of meer) naar het Atlasgebergte is meer dan kleurrijke aanvulling om nog meer van het land te zien. Soms kun je – vooral in de winter bij helder weer – de wit besneeuwde bergtoppen al vanuit Marrakech zien liggen.

In de bergen gaat er een heel andere wereld voor je open.
Je kunt een mooie dagexcursie maken met of zonder wandeling. Of zelfs een ‘one or two day Mountain bike experience‘ waarbij je de eerste dag bijna alleen hoeft af te dalen. Als je naar de woestijn wilt, heb je minimaal 2 dagen nodig. Eigenlijk wat meer om ook te kunnen profiteren van ‘al het moois onderweg’ zoals de gigantische kloven ten zuiden van de Hoge Atlas: Gorges de Dadès en Gorge du Todra.
Voor een complete trip naar de woestijn kijk bij jeeprondreis The Great South in 5 dagen.